Over rouw, patronen en het verlangen om gezien te worden.

Soms lijkt het alsof een leven niet bestaat uit losse gebeurtenissen, maar uit een lijn die zich blijft herhalen. Niet omdat je dat bewust kiest, maar omdat je gaandeweg begint te herkennen wat er steeds opnieuw gebeurt.

Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik geen losse momenten, maar een patroon dat zich in verschillende vormen blijft aandienen. Het gevoel niet echt gezien te worden, niet echt gekozen te worden, of achteraf te ontdekken dat iets wat voor mij betekenis had, voor een ander blijkbaar niet hetzelfde gewicht droeg.

Dat begon al vroeg. Als kind dat wachtte op opa en oma die weer vertrokken, dat posters maakte en hoopte dat ze bleven, maar toch weer zag dat de jas werd aangetrokken. Beloftes die niet werden nagekomen, momenten die voor mij groot waren maar blijkbaar niet groot genoeg om voor te blijven. Zonder dat iemand het expliciet zegt, leer je iets wat je later bijna normaal gaat vinden: dat je je plek niet zomaar hebt, dat je die moet verdienen en dat je misschien net iets meer moet doen dan een ander om gezien te worden. Ik ben dat gaan doen. Ik ben gaan zorgen, voor anderen, voor situaties, voor alles wat ik kon dragen. Dat heeft me gevormd en het heeft me ook ver gebracht, maar het heeft me ook uitgeput. Want zorgen kan ook een manier zijn om niet te hoeven voelen wat eronder zit. In de jaren daarna bleef datzelfde gevoel zich herhalen, alleen in andere vormen. In vriendschappen waarin ik uiteindelijk degene was die overbleef, niet omdat ik niets gaf maar misschien juist omdat ik altijd gaf, omdat ik klaarstond, me aanpaste en ruimte maakte. En toch kwam er steeds weer een moment dat het ophield. Dat iemand invulde wat goed voor mij was zonder het te vragen, dat een ander simpelweg niet meer kwam opdagen, dat contact stilviel zonder dat er echt iets werd uitgesproken. Wat er achterbleef was geen groot drama, maar wel een herkenbaar gevoel: in de steek gelaten.

Ook in werk en keuzes heb ik momenten gekend waarop ik voelde dat iets niet meer klopte. Een baan die veilig was, maar waarin dingen werden gezegd die zo tegen mijn gevoel ingingen dat ik er niet meer kon zijn. Dan komt er een punt waarop je niet meer meebeweegt maar een keuze maakt, niet omdat het makkelijk is maar omdat het niet anders kan. Ook dat is verlies, afscheid van zekerheid en van iets wat ooit wel klopte. En ondertussen ging het leven door, met verliezen die zich opstapelden en waar niet altijd ruimte voor was. Vier miskramen die ik klein heb gehouden omdat dat makkelijker was en omdat de wereld om me heen doorging. Een scheiding, kinderen die het moeilijk hadden terwijl ik er alleen voor stond omdat hun vader vertrok. Ik heb geprobeerd twee rollen te dragen, niet omdat dat de bedoeling was maar omdat ik voelde dat het moest. Misschien ben ik daarin te ver gegaan en heb ik geprobeerd recht te trekken wat nooit helemaal recht heeft gestaan.


Wat me misschien nog wel het meest raakt, is dat ik het niet alleen bij mezelf heb gevoeld. Ik heb het ook gezien bij mijn kinderen, dat ze niet gezien werden en niet erkend werden in wat er werkelijk speelde. Dat er werd gekeken naar gedrag, cijfers en motivatie, maar zelden naar wat daaronder zat. En daar zat ik dan als moeder, voelend dat er iets niet klopte terwijl het systeem zei dat alles volgens de regels verliep. We vertrouwen op systemen, op diploma’s, protocollen en kaders, op wat meetbaar en zichtbaar is. Begrijp me goed, kennis en opleiding hebben hun plek, maar in alles wat met mensen te maken heeft is dat nooit het hele verhaal. Wat doe je met iemand die niet laat zien wat er in hem zit omdat hij al te vaak niet gezien is? Dan wordt er gekeken naar gedrag en prestaties, maar zelden naar de vraag wat eronder ligt. Misschien is dat wat mij raakt, niet dat systemen bestaan maar dat ze soms belangrijker lijken dan de mens zelf.

Er is nog iets wat ik begin te zien, namelijk dat dit niet alleen mijn verhaal is. Ik zie het bij mijn moeder die haar eigen pijn heeft leren verkleinen, ik zie het bij mezelf in hoe ik ben gaan dragen en doorgaan en ik zie het op een andere manier terug bij mijn kinderen. Niet als schuld, maar als een lijn die doorloopt. Misschien is dat ook waar het begint te veranderen, niet omdat ik het perfect doe maar omdat ik het nu zie. En toch voel ik naast alles wat er is geweest ook iets anders: trots. Trots op mijn zonen die ieder op hun eigen manier hun weg zoeken in een wereld die niet altijd op hen is ingericht, en trots op mezelf dat ik ben blijven staan en nooit ben gestopt met in hen geloven. Maar er is ook verdriet, omdat het soms voelt alsof ik steeds opnieuw iets moet loslaten en alsof relaties, zekerheden en plekken één voor één wegvallen. Bij mij werd het stil toen mijn kat overleed. Voor een ander misschien iets kleins, maar voor mij was hij er altijd, onvoorwaardelijk. En toen hij er niet meer was, voelde ik pas hoeveel ik al die tijd had gedragen. Ik geloof niet in blijven hangen in slachtofferschap, daar kom je niet verder mee, maar ik begin wel te zien dat er iets is wat ik lang heb overgeslagen: erkennen. Niet analyseren, niet oplossen en niet doorgaan, maar erkennen wat er geweest is. Want doorgaan kan ook een manier zijn om niet te hoeven voelen, en dat heb ik lange tijd gedaan, niet omdat ik zwak was maar omdat het nodig was. Misschien is dit waar ik nu sta, niet meer alles oplossen, niet meer alles dragen en niet meer blijven vechten om gezien te worden, maar langzaam leren dat ik er ook mag zijn zonder dat gevecht.

En misschien is dat geen eindpunt, maar een begin.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *